Alonso Cueto over Peruaanse literatuur, maatschappij en politiek
Een gemoedelijk gesprek dat ik in de herfst van 2009 had met de Peruaanse schrijver Alonso Cueto (°1954, Lima) ligt aan de basis van dit artikel. Cueto was toen in Antwerpen om zijn roman Het blauwe uur voor te stellen. Dat boek brengt het conflict tussen de rebellen van het Lichtend Pad en de regeringstroepen in herinnering, een erg gruwelijke burgeroorlog die twee decennia geleden tienduizenden slachtoffers maakte in Peru. Het blauwe uur bevestigt nog maar eens dat literatuur in Latijns-Amerika zelden ver van de sociale realiteit staat.
Cueto is een van de weinige Spaans-Amerikaanse auteurs die erin geslaagd is om vanuit zijn geboorteland een internationaal succesvolle carrière uit te bouwen. Met z’n 55 jaar valt hij een beetje tussen twee generaties. Enerzijds die van de boom van de Spaans-Amerikaanse literatuur in de jaren zestig, die iconen als Mario Vargas Llosa (Peru), Carlos Fuentes (Mexico), Gabriel García Márquez (Colombia) en Julio Cortázar (Argentinië) voortbracht. En anderzijds die van de jonge garde dertigers, onder wie Santiago Roncagliolo (Peru) en Juan Gabriel Vásquez (Colombia). Die vestigen zich nu doelbewust in Barcelona of Madrid, waar de meest invloedrijke uitgeverijen zijn. ‘Maar de verhalen bevinden zich in Peru’, meent Cueto. Hij benadrukt dat precies dát een van de redenen was waarom hij, na een studieverblijf in Spanje (1977) en een doctoraat in de Latijns-Amerikaanse letteren aan de University of Texas (1979-1984), naar Lima was teruggekeerd. ‘De permanente spanning die typisch is voor de Peruaanse maatschappij maakt dat je er als schrijver in een bevoorrechte situatie zit, want conflicten brengen verhalen voort’.
Je kunt Cueto gerust een veelschrijver noemen: naast romans, kortverhalen en essays schrijft hij regelmatig columns over de politieke actualiteit van zijn land. Hij ontving reeds verschillende literaire prijzen. Zo werd zijn oeuvre in 2000 in Berlijn bekroond met de Anna Seghers-prijs en kreeg hij voor zijn roman La hora azul in 2005 in Barcelona de prestigieuze Premio Herralde. Na verscheidene andere talen volgde onlangs dus een Nederlandse vertaling van dat boek. En hoewel ook in Het blauwe uur liefdesrelaties (waarrond Cueto’s fictie meestal draait) nog een belangrijke rol spelen, bevestigt de roman de groeiende interesse van de schrijver in de Peruaanse maatschappelijke en politieke realiteit, een tendens die hij in 2003 had ingezet met Grandes miradas.
Wreedheid en medelijden
Toen Cueto zich in 1984 weer in Peru vestigde, werd het land verscheurd door het misschien wel meest bloedige conflict van haar sowieso al turbulente geschiedenis. Van begin jaren tachtig tot begin jaren negentig woedde er een extreem gewelddadige oorlog tussen overheidstroepen en de maoïstische guerrillabeweging het Lichtend Pad (Sendero Luminoso). Na die oorlog bleef de Peruaanse samenleving niet alleen met diepe wonden, maar ook met veel vragen zitten. De heftigste confrontaties hadden zich in het Andesgebergte voorgedaan, ver weg van kuststeden als Lima. De historicus Alberto Flores Galindo toonde aan dat de ‘stille’ aard van de oorlog zowel door het zwijgzame karakter van de rebellen als door de beperkte berichtgeving in de hand gewerkt werd. Na de moord op acht journalisten in Uchuraccay in 1983 waagden nog slechts weinig reporters zich in de Andes. Een commissie voorgezeten door Mario Vargas Llosa onderzocht die slachtpartij en besloot dat de regeringstroepen geen verantwoordelijkheid trof. Het incident in Uchuraccay kwam de regering in zekere zin goed uit, want sindsdien was hun officiële informatie zowat de enige beschikbare. Daardoor werden weinig van de talloze schendingen van de mensenrechten opgehelderd en bestraft. Ook de regeringstroepen hadden zich immers schuldig gemaakt aan bloedbaden, verkrachtingen en martelpraktijken.
Zoals vaker gebeurt in Latijns-Amerika kwamen er vanuit literaire hoek reacties op de stilte. Van de vele romans die het nog steeds erg gevoelige thema behandelen, zijn er enkele in het Nederlands vertaald. In De geesten van de Andes (1993) van Vargas Llosa wordt de korporaal Lituma van de kust naar de door de terreur bedreigde Andes gestuurd om drie geheimzinnige verdwijningen te onderzoeken. Geleidelijk groeit Lituma’s vermoeden dat niet het Lichtend Pad, maar de atavistische gewoonten van de bergbewoners er voor iets tussenzitten. In de literaire thriller Aprilrood (2006) van Santiago Roncagliolo zoekt de adjunct-districtsofficier van justitie Félix Chacaltana Saldívar de waarheid achter een aantal gruwelijke moorden in Ayacucho, de stad waar de guerrilla ontstond.
En nu is er dus Het blauwe uur (2005) van Cueto. ‘Ten tijde van het Lichtend Pad had ik natuurlijk wel veel horen vertellen, maar ik vond toen niet het geschikte uitgangspunt om het onderwerp aan te snijden. Het idee voor mijn roman ontstond toen een vriend me het verhaal deed van een generaal die verliefd werd op een meisje dat door zijn troepen gevangengenomen was. In plaats van haar te laten martelen en verkrachten door zijn ondergeschikten, hield hij haar bij zich. Die mengeling van wreedheid en affectie leek me interessant.’ De schijnbaar tegenstrijdige relatie tussen liefde en geweld komt vaker aan bod in de Latijns-Amerikaanse literatuur. Ze doet onder andere denken aan Wisseling van wapens (1982) van de Argentijnse Luisa Valenzuela. In het titelverhaal van die bundel wordt een vrouw uit het verzet de vriendin-slavin van de kolonel die haar martelde toen ze was opgesloten.
Cueto’s roman begint wanneer de generaal op zijn sterfbed aan zijn zoon Adrián vraagt om Miriam, zijn ontsnapte minnares, op te sporen. De onverwachte confrontatie met de gruwelijke kant van zijn vaders verleden zet het zorgeloze leven van Adrián op losse schroeven. ‘Vaak laten we pas in onvoorziene omstandigheden zien wie we echt zijn. Tot aan die onthulling leeft Adrián in een soort fantasie, een door de grenzen van zijn hogere sociale klasse beschermde luchtbel. Ineens ontdekt hij dat er niet alleen rondom, maar ook binnen in hem een onbekende werkelijkheid bestaat.’
Herinneren of verdringen
Het blauwe uur toont een maatschappij die een generatie na het nationale conflict worstelt met vragen over hoe je met de horror van het verleden omgaat. Onthouden of onderdrukken? En wat met de nabestaanden van de slachtoffers en de beulen? Moeten zij het trauma of de schuld van hun ouders met zich meedragen? Cueto’s roman roept alleszins duidelijk op om de oorlog niet te vergeten.
‘We moeten ons de gruwel blijven herinneren, er ontzet over blijven en proberen de oorzaken ervan te begrijpen. Alleen zo kunnen we lessen trekken uit het verleden.’ Onder het motto ‘een land dat zijn geschiedenis vergeet, is gedoemd om die te herhalen’ werd in 2001 een commissie aangesteld om de mensenrechtenschendingen ten tijde van de oorlog te onderzoeken. In talrijke andere Latijns-Amerikaanse landen (waaronder Argentinië, Chili en Guatemala) waren vroeger al gelijkaardige commissies in het leven geroepen met het doel misdrijven tijdens nationale conflicten te bestraffen. Het rapport van de Peruaanse Comisión de la Verdad y Reconciliación (Commissie van de Waarheid en Verzoening) verscheen uiteindelijk in 2003.
‘Het rapport lijkt me de goede richting aan te wijzen. Het duidt de leden van het Lichtend Pad aan als de belangrijkste schenders van de mensenrechten, maar signaleert ook veel misbruiken door de regeringstroepen. Met de onthutsende foto’s die deel uitmaakten van het rapport werd een tentoonstelling opgezet. Ze kreeg de naam Yuyanapaq, wat “om te herinneren” betekent in het Quechua [de belangrijkste taal van het Inca-rijk, die nog steeds door miljoenen afstammelingen gesproken wordt, JV]. Toen ik mijn roman aan het schrijven was, ging ik bijna elke dag naar die expositie. Ze heeft een voorlopige plek gevonden op de hoogste verdieping van het Nationaal Museum. Toen Angela Merkel enkele jaren geleden in Lima was, ging ze er ook naartoe. Ze was zo onder de indruk dat ze zei “hier moet een museum voor gemaakt worden”. Eerst wilde de Peruaanse regering de twee miljoen euro die Duitsland ervoor wilde schenken niet aannemen. Uiteindelijk deed ze het toch. Op dit moment buigt een commissie, met als voorzitter Vargas Llosa, zich over de concrete realisatie van het Museo de la Memoria. De affaire veroorzaakt nog steeds heel wat controverse. Veel militairen willen niet dat het museum er komt, omdat de foto’s ook veel van de slachtoffers die zij maakten tonen. Diegenen die aan de zijde van de militairen staan zeggen “het is voorbij, we moeten het vergeten”.’
Website
www.streventijdschrift.be/artikels/10/defVervaekePeru.htm
|